Brandbeveiliging 

BRANDMELDERS

Een rookmelder - ook wel  brandmelder genoemd - is een apparaat dat alarm slaat na detectie van rookdeeltjes (aërosols) die kunnen wijzen op een (beginnende) brand. Een rookmelder kan een zelfstandig apparaat zijn, maar steeds vaker zijn rookmelders verbonden met een alarmsysteem. Wij hebben zeer veel kennis en ervaring op het vlak van brandmeldinstallaties en adviseren u graag hierover. Bel ons voor een afspraak, telefoonnummer 026 363 02 00.

 

SOORTEN BRANDMELDERS

Afhankelijk van de ruimte waarin een melder geplaatst wordt zijn er verschillende typen melders mogelijk.

Brandgasmelder
Een brandgasmelder beschikt over één of meerdere detectoren die bepaalde soorten moleculen kunnen opsporen. Meestal gaat het hierbij om koolstofmonoxide- of kooldioxide detectoren, omdat deze stoffen bij brand in grote hoeveelheden vrijkomen. Dit type melder kan ook op stoffige en/of warme plaatsen worden gebruikt waar andere soorten melders niet of minder goed toepasbaar zijn. Nadeel van een brandgasmelder is dat deze erg duur is. Voordeel van een brandgasmelder is dat deze ook alarm slaat bij slecht functionerende CV-ketels en geisers. Een andere benaming voor brandgasmelder is gasmelder.

Hittemelder
Men onderscheidt twee typen:

Thermomaximaalmelder                                                                                      Deze geeft een melding als de omgevingstemperatuur boven een vooraf ingestelde waarde komt. De grens ligt vaak rond 60°C omdat deze temperatuur onder normale omstandigheden meestal niet gehaald wordt en in geval van brand al spoedig overtroffen wordt.

Thermodifferentiaalmelder                                                                                  Deze registreert de snelheid waarmee de temperatuur verandert. Dit wordt elektronisch gemeten en is voor de melder een indicatie om in alarm te gaan. Vanwege hun eenvoud is een hittemelder relatief goedkoop. Nadeel is dat de hittemelder relatief laat alarm slaat.

Optische rookmelder
Men onderscheidt twee typen: 

Optische puntrookmelder
In een optische puntrookmelder bevindt zich een fotodiode en een lichtbron. Wanneer er rook bij komt, wordt het licht verstoord. Dit wordt door de detector gesignaleerd. Bij de directe methode staan de lichtbron en de detector recht tegenover elkaar. Bij afwezigheid van rook kan het licht de fotodiode probleemloos bereiken. Als er rookdeeltjes aanwezig zijn tussen de lichtbron en de fotodiode vermindert de hoeveelheid opvallend licht en slaat de melder alarm. De meeste rookmelders werken volgens de indirecte methode. Hierbij staan de lichtbron en de detector schuin tegenover elkaar. Bij rook weerkaatst het licht op de rook, waardoor er juist meer licht op de detector valt en deze alarm slaat.

Lijnmelder
De lijnmelder (ook wel beamdetector genoemd) heeft een lichtbron en ontvanger in één behuizing. Het licht wordt naar een reflector gestraald, welke het licht vervolgens terugkaatst naar de ontvanger. Het patroon en de intensiteit van dit teruggekaatste licht wordt vergeleken met het uitgezonden licht. Als na analyse blijkt dat er significante verschillen zijn opgetreden, wordt door de melder rook vastgesteld en een alarmmelding veroorzaakt. Hierdoor kunnen b.v. lange hallen, lichtstraten etc goed voorzien worden van rookdetectie.

Ionisatie rookmelder (niet meer toe te passen)
Een ionisatie rookmelder bevat een radioactieve bron die continu alfadeeltjes uitstraalt. Deze alfadeeltjes passeren een ionisatieruimte waarover twee elektroden zijn aangebracht. Hierdoor loopt er een continue stroom tussen de elektroden. Wanneer er rookdeeltjes in de ionisatiekamer komen, worden de alfadeeltjes geblokkeerd en wordt de continue stroom onderbroken waarna de melder alarm slaat. Wegens milieuvoorschriften wordt aanbevolen een ionisatiemelder na 10 jaar te vervangen en naar de fabrikant terug te sturen voor een milieuvriendelijke verwerking. Volgens de huidige wetgeving mogen er geen nieuwe ionisatierookmelders meer geplaatst worden in woningen.

De wetgeving bepaalt dat alleen nog optische rookdetectors gebruikt mogen worden. Deze optische detectors zijn in de loop der jaren zodanig verbeterd dat deze inmiddels sneller reageren dan de ionische melders.

Sprinkler
In hotels, openbare gebouwen en grote opslaghallen wordt naast rookmelders vaak ook een sprinklerinstallatie gebruikt waarmee een beginnende brand kan worden geblust.

Vlammenmelder
Een vlammenmelder maakt gebruik van de karakteristieke emissie van een vlam. Om een onecht alarm als gevolg van bijvoorbeeld zonlicht of de flitser van een fototoestel te voorkomen, kunnen er extra detectoren aangebracht worden die gezamenlijk worden geëvalueerd.

Drukknopmelder
De drukknopmelder of handbrandmelder zoals deze in de betreffende norm (NEN 2535) wordt genoemd is een melder die afgaat door het indrukken van een knop of een breekglaasje. Deze melder is niet automatisch en vereist menselijk handelen. Dit hoeft niet te betekenen dat dit type melder minder effectief is. In een bemensde omgeving neemt een mens in de regel als eerste een brand waar dankzij ons gecombineerde waarnemingsvermogen (visueel, geluid en geur).

Combinatiemelder
Van de hierboven genoemde modellen kunnen uiteraard combinaties worden gemaakt om bijvoorbeeld de reactiesnelheid te verhogen of het aantal valse alarmen te verminderen. In de meeste situaties is dat niet nodig en volstaat een enkel systeem.

 

PLAATSING VAN MELDERS

Rook is lichter dan lucht en zal een ruimte van boven naar beneden vullen. Om de rook tijdig te ontdekken dient een rookmelder op een zo hoog mogelijke plaats te worden bevestigd, bijvoorbeeld aan het plafond. Het aantal melders hangt af van de te bewaken oppervlakte en de hoogte van het plafond. Als u kiest voor thermische melders zijn er meer detectiepunten nodig bij hetzelfde oppervlak dan bij rookmelders.

De koolmonoxidemelder moet altijd hoger gemonteerd worden dan de hoogte van deuren en/of ramen. Koolmonoxide vermengt zich namelijk met de stijgende warme lucht. De melder dient tenminste 1.80 meter van brandstof verbruikende apparatuur gemonteerd te worden. 

Koolmonoxidevorming ontstaat door onvolledige verbranding van fossiele brandstoffen (hout, kolen, aardolie, aardgas, propaangas, butaangas, benzine) door onder meer verwarmingstoestellen. De verbranding kan onvolledig zijn door een gebrek aan zuurstof in de ruimte. Hierdoor vormt zich koolmonoxide (CO). Al bij een lage concentratie aan CO in een ruimte wordt het zuurstof in het bloed vervangen door CO. Dit kan leiden tot koolmonoxidevergiftiging. Elk toestel waarin verbranding plaatsvindt is een potentiële CO-bron. De meeste koolstofmonoxidevergiftigingen worden veroorzaakt door waterverwarmingstoestellen.

 

WETTELIJK VERPLICHT

Om te voldoen aan het Politiekeurmerk Veilig wonen dient een woonhuis te zijn voorzien van minimaal een rookmelder. Een rookmelder in een woning is vereist als de loopafstand van de toegang van verst gelegen gebruiksruimte tot aan de toegang van de woning meer dan 15 meter is.